Mijn opleiding: van peuter
tot applicatiebeheerder |
Vanaf mijn peuterschap tot afgestudeerde heb ik respectievelijk: de Reobothschool, De Ark, de Regenboog, het Jan Arentszcollege en het Griftlandcollege doorgelopen om vervolgens rechten te studeren aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Sinds 1995 mag ik mezelf meester in de rechten noemen, ook al heb ik het al een tijdje niet meer in de praktijk gebracht. Lagere school Het begon allemaal op de peuterschool in Heiloo. Een school die uit niet meer dan twee lokalen bestond, als je 'over' ging, dan ging je letterlijk over, want je ging naar het lokaal aan de overkant. Daar heb ik een onvoorstelbare vingerverftekening gemaakt waar ooit later eens 300 gulden (toen nog) voor geboden was. Het moet dan ook duidelijk zijn geweest dat ik een enorm talent moest hebben, jammer dat daarvan tot op heden nog niet veel van te merken is geweest, want ik ben tenslotte ambtenaar en rommel wat als ICT-er. Daar leerde ik ook de jeugdliefde van mijn leven kennen, maar jeugdliefdes duren nu eenmaal vaak niet langer dan je jeugd.... Na de bijzondere belevingen van de peuterschool begon het echte werk in De Ark, lagere school. Daar werd ik getekend voor het leven, toen Flip van Ast mij pootje haakte, ik tegen de verwarming knalde, het bloed uit mijn wang schoot en een hechtpleister mij één van de zeven schoonheden gaf, een kuiltje op de rechterwang. Na de vierde klas verlieten wij De Ark en mochten wij De Regenboog betrekken. Na het maken van een maquete wisten van voor naar achteren hoe de school in elkaar stak en ook hoe je een maquete moest maken. De Regenboog was een school waar soms twee klassen in één lokaal zaten, heel modern. Zo zat ik in de vijfde en deelden we het lokaal met de vierde. Dankzij Ton de Groot kwam ik te voetballen bij Jong Holland, in Alkmaar, tot dan toe moest ik tevreden zijn met de Forresters. Hier begon het fietsen naar Alkmaar al vroeg, later mocht ik ook mijn middelbare school daar vinden. Het Heilooër bos sprak tot de verbeelding, 's avonds pikkedonker, je kon je inbeelden dat elke schaduw van een boom de schaduw van iemand was die achter de boom stond, dus je begrijpt dat we als gekken het bos door raceden. En licht op je fiets was ook geen overbodige luxe. Middelbare school Na De Regenboog, moesten we dus het veilige vertrouwde wereldje van de lagere school verlaten, waar wij altijd de oudsten waren geweest, voor de school waar we als brugpiepers binnen zouden komen. Eerst moesten we uitwijken naar de polder, er was geen ruimte voor ons in het 'oude' gebouw, en tot een nieuw gebouw betrokken kon worden, werden wij in barakken geplaatst. Het tweede jaar mochten ook wij naar de grote nieuwe school en vanaf dat moment waren we zeker de kleinste en de jongste. Ik kan me herinneren, mijn zus zat ook op die school, dat een vriendin van haar me een keer op de arm nam om met me te dansen... dat zegt toch wel wat. Op zich vond ik dat zo vervelend nog niet... Er gingen gelukkig de nodige jongelui van De Regenboog ook naar het Jan Arentzcollege, zoals Geza van Nes, Pieter Bikker, Ton de Groot (jaar later)... dus echt alleen hoefde ik niet te gaan. De meest verse herinneringen zijn de enorme grote schooltas met altijd alle boeken (waarom ik dat deed mag Joost weten), de fiets met trapperverkorters, de gigantisch grote school, voor het eerst bruinbrood eten... Verder was het wel okee, want ik heb maar twee jaar op de school gezeten: in 1980 verhuisten we naar Soest. Ik mocht zelfs de laatste 3 weken van school 'overslaan', in verband met de verhuizing. Verhuizing: nieuwe plaats, nieuwe school Mijn ouders dachten dat het slim was om al te beginnen in de nieuwe school, de laatste drie weken, waar ik voor spek en bonen in de klas mocht zitten. Dat hadden ze beter niet kunnen doen, iedereen had direct een hekel aan me, want ik hoefde geen overhoringen te doen, geen cijfers te halen. Maar ik leerde al wel wat mensen kennen en dat had wel weer zijn voordeel. Dat was dus op het Griftlandcollege. Nog beter was dat deze school vlak achter ons huis was. Ik hoefde geen half uur meer te fietsen, ik kon vijf minuten voor tijd mijn bed uitrollen en naar school lopen (bij wijze van spreken). Het enige nadeel was dat ik erg lui van werd, ik deed nog nauwelijks aan sport, ik hoefde nauwelijks meer te fietsen en ook het voetballen was ik mee gestopt. Het Griftlandcollege was wel een aardige school. In de pauzes gingen we klaverjassen, met Frans-Mark van der Schut, Frank van Oord, Ronnie Baron, mijn vrienden toen. Leuk was dat we naar Parijs gingen met schoolweek, een hele gebeurtenis voor mij. Kunstacadamie: toch talent? Na de Havo goed afgesloten te hebben, overwoog ik op een blauwe maandag naar de kunstacademie te gaan. Ik kon aardig (na)tekenen en kreeg goede cijfers voor het vak tekenen, maar op de open dag van de kunstacademie in Utrecht werd me wel duidelijk dat ik toch niet echt het type daarvoor was. Ik, braaf leerlingetje, op een academie waar de rook in de gangen hing, de kunsttypen rondhingen... toen zag ik het allemaal wat gechargeerd. En ik was met mijn 17 jaar toch wel wat jong en vooral klein, mijn groei was nog niet voltooid zal ik maar zeggen. Dus ik koos voor de veilige weg, het VWO en dus nog even op het Griftlandcollege blijven. Dat was een bonte verzameling mensen: enerzijds de Havoklanten die VWO gingen doen, en anderzijds de VWO klanten, doorstromers van 4 naar 5 VWO. Maar de types waren totaal verschillend, je kreeg ook direct een tweedeling. Daarnaast was ik ook altijd het broertje van... want mijn broer zat ook op de school en hij was zeer populair. Je begrijpt het waren verwarrende tijden... Studeren! Na het VWO was de vraag: wat ga ik doen? Het idee was godsdienst of rechten. Iets anders leek me niet te liggen, en godsdienst leek me helemaal niets, dus werd het rechten. Ik ging bij de studentenvereniging Veritas met het idee dat ik zo snel mogelijk mensen moest leren kennen, maar het snelst leerde ik dat ik niet bij die club mensen hoorde. Na 3 kwart jaar (nog best lang, ik geef niet gauw op) kapte ik er ook mee. In 1989 moest ik de studie stoppen, de gezondheid liet het niet meer toe, maar door een wonder, de transplantatie (zie bij levensverhaal meer hierover), kon ik toch in 1991 weer de studie hervatten, nu als een nieuw mens. En ondanks de tussenstop ging het toch goed. Ik vond het leuk, en studeerde in 1995 af. Vooral de scriptie heb ik de nodige tijd voor genomen, maar moest uiteindelijk opschieten omdat ex-minister en professor De Ruiter met emiraat ging. Hij gaf me toch een 7,5 hoewel ik mogelijk wel een 8 had gekregen als ik wat meer tijd nog had. Ik vond het allemaal wel prima. Ik was wel wat geschokt toen hij mijn vakkenpakket een 'pretpakket' noemde. Het heden Maar het werd me al snel duidelijk dat ik met rechten niet veel wilde doen, ook al vond ik de studie wel heel leuk en interessant. Na een jaartje lanterfanteren, een stage bij advocatenkantoor Burgers & Ran en 2 maanden Salamanca, en natuurlijk solliciteren ging ik toch maar wat uitzendwerk doen en zo kwam ik bij de gemeente terecht. Als administratief medewerker beginnen en als applicatiebeheerder eindigen (vooralsnog) vind ik op zich geen slechte loopbaan, ook al had misschien met rechten meer kunnen bereiken, maar ja, je hobby als werk hebben is veel voor te zeggen. En wie weet wat er nog in het verschiet ligt. Misschien dat mijn talent toch nog aan het oppervlak komt... |